TWEE APPARATEN GEBRUIKEN OM EEN GROTE OPDRACHT AF TE DRUKKEN

Overzicht

Als u deze functie wilt gebruiken, zijn twee apparaten vereist.
Er worden twee apparaten, die op hetzelfde netwerk zijn aangesloten, gebruikt om een afdrukopdracht parallel uit te voeren. Met deze functie wordt een afdrukopdracht gelijk verdeeld over twee apparaten, waardoor de afdruktijd kan worden beperkt als een groot aantal sets wordt afgedrukt.

Als u de functie voor tandemafdrukken in Windows wilt gebruiken, dient u het IP-adres van een clientapparaat in de printerdriver te registreren.

Bediening

Windows

  1. 2

    Klik op het tabblad [Geavanceerd]

  2. 2

    Stel het selectievakje [Tandemafdrukken] in op pictogram

    De functie Tandemafdrukken kan alleen worden gebruikt wanneer de printerdriver is geïnstalleerd met behulp van 'Aangepaste installatie', waarbij [Rechtstreekse LPR-afdruk (Adres opgeven/Automatisch zoeken)] is geselecteerd en het selectievakje [Ja] is ingeschakeld voor 'Wilt u de functie tandemafdrukken gebruiken?'.

Macintosh

  1. 2

    Selecteer [Tandemafdrukken]

  2. 2

    Stel het selectievakje [Tandemafdrukken] in op pictogram

    Het instellingenscherm voor Tandemafdrukken wordt weergegeven. Voer het IP-adres van een clientapparaat in en klik op de knop [Update]. De instellingen voor Tandemafdrukken worden geconfigureerd.
    • Als u de functie voor tandemafdrukken wilt gebruiken, moet u het protocol selecteren dat wordt gebruikt, overeenkomstig het bericht dat op het scherm wordt getoond wanneer u de printerdriver toevoegt in de printerconfiguratie.
    • In Mac OS 10.4 tot 10.8 wordt dit automatisch bewerkstelligd door te klikken op de knop [Bijwerken] (of op de knop [Tandeminstellingen]) in het scherm Tandemafdruk. In Mac OS 10.9 voert u het IP-adres van de clientmachine in.
    • Deze functie kan niet worden gebruikt in Mac OS X 10.10 of hoger.
Terug naar begin