GEGEVENS OPSLAAN IN MODUS SNELBESTAND
Overzicht
Als u Snelbestand opgeeft om een kopie te maken, worden de gegevens van het gescande origineel opgeslagen als bestand in de snelmap. Het opgeslagen bestand kan op een later tijdstip worden opgehaald, zodat u het origineel opnieuw kunt kopiëren zonder dat u het hoeft te zoeken.
Als een bestand wordt opgeslagen met Snelbestand, worden automatisch de volgende gebruikersnaam en bestandsnaam aan het bestand toegewezen. Gebruikersnaam: Gebr. onbekend
Bestandsnaam: Modus_Dag-Maand-Jaar_Uur-Minuut-Seconde
(Voorbeeld: Kopie_04042012_112030)
Opgeslagen in: Snelmap
Als gebruikersauthenticatie wordt gebruikt, wordt automatisch de gebruikersnaam geselecteerd die is gebruikt voor aanmelden.
Alleen de bestandsnaam en locatie van een bestand dat is opgeslagen in de snelmap kunnen zo nodig worden gewijzigd.
Alle niet-beveiligde bestanden in de snelmap verwijderen:
Selecteer in 'Instellingsmodus (beheerder)' [Systeeminstellingen] → [Instellingen Documentarchivering] → [Alle Snelbestanden Wissen]. Configureer zo nodig instellingen zodanig dat alle bestanden moeten worden verwijderd wanneer het apparaat wordt ingeschakeld.Bediening
Plaats een origineel en tik op de toets [Voorbeeld]
Plaats het origineel in de automatische documentinvoereenheid of op de glasplaat.
Tik op de toets [Snelbestand] in het actiescherm
Wanneer er een bericht over het opslaan van vertrouwelijke informatie wordt weergegeven, tikt u op de toets [OK].
Snelbestand annuleren:
Tik op de toets [Snelbestand] om het vinkje te wissen.
Selecteer de kopieerinstellingen en tik op de toets [Start]
Sla het origineel als afbeelding op in de snelmap.
Als u op de toets [Start] tikt, wordt een bevestigingsbericht weergegeven waarin wordt aangegeven dat het bericht worden opgeslagen in de snelmap.
Als u de weergavetijd voor het bericht wilt wijzigen, gaat u naar 'Instellingsmodus (beheerder)' en selecteert u [Systeeminstellingen] → [Bedieningsinstellingen] → [Mededelingentijd Instellen].