STATUSINDICATORS
Overzicht
De statusindicators geven de status van het apparaat aan. De groene indicator gaat branden of knipperen om de taakstatus van het apparaat aan te geven. De rode indicator gaat branden of knipperen wanneer er een fout optreedt. Wanneer het apparaat na een fout nog wel kan worden gebruikt, blijft de indicator branden. Wanneer het apparaat na een fout niet meer kan worden gebruikt, knippert de indicator. In de instellingsmodus kunt u de instellen hoe de statusindicators werken.
Functienamen
Tik op de naam om de details ervan weer te geven.

Indicator (rood)
De rode indicator gaat branden of knipperen wanneer er een fout optreedt.
De rode indicator gaat branden of knipperen wanneer er een fout optreedt.
Indicator (groen)
De groene indicator gaat branden of knipperen om de taakstatus van het apparaat aan te geven.
De groene indicator gaat branden of knipperen om de taakstatus van het apparaat aan te geven.
In de modus Automatisch uitschakelen gaan de statusindicators uit.