BEGINSCHERM
Overzicht
Als u op de knop [Beginscherm] op het bedieningspaneel drukt, wordt het beginscherm weergegeven op het aanraakscherm. In het beginscherm worden de toetsen voor het selecteren van modi of functies weergegeven.

Zie "DE MODUS SELECTEREN" voor procedures voor het toevoegen en verwijderen van sneltoetsen.
Het beginscherm instellen voor elke 'groepslijst favoriete bediening':
Ga naar de instellingsmodus (webversie) en selecteer [Gebruikersbediening] → [Groepslijst favoriete bediening] → [Beginschermlijst]. (Beheerdersrechten zijn vereist.)Voer deze instelling uit wanneer gebruikersauthenticatie wordt gebruikt.
Pictogram dat de status van het apparaat aangeeft
| Pictogram | Apparaatstatus | Pictogram | Apparaatstatus |
|---|---|---|---|
| Printergegevens worden verwerkt. | Vergrote weergavemodus is ingeschakeld. | ||
| Printergegevens worden afgedrukt. | Ecomodus is ingeschakeld. | ||
| Er zijn verzendgegevens beschikbaar. | Er is een onderhoudsmelding uitgevaardigd. | ||
| Er vindt OSA-communicatie plaats. | Er is een USB-apparaat geïnstalleerd. | ||
| Er is een mirrorkit geïnstalleerd. | Er wordt een externe bewerking uitgevoerd. | ||
| Er is een mirrorkit geïnstalleerd. Buiten werking |
Invoer van alfanumerieke tekens van één byte | ||
| Er is een mirrorkit geïnstalleerd. Bezig met configureren |
Er is een gegevensbeveiligingskit geïnstalleerd. |
De afbeelding van een sneltoets of de achtergrondafbeelding wijzigen
U kunt de afbeelding van een sneltoets of de achtergrondafbeelding wijzigen in een aangepaste afbeelding.
Een pictogram instellen op een aangepaste afbeelding
In de "Systeeminstellingen" klikt u op [Bedieningsinstellingen] – [Instelling voor het beginscherm] – [Beginschermlijst] en vervolgens klikt u op het tabblad Afbeeldingen.
Klik op een koppeling die nog niet is ingesteld.
Het patroon van het aanraakscherm verandert.
Klik op [Bestand selecteren] in "Bestand selecteren" en selecteer de afbeelding die u wilt instellen uit de map.
Verwijder de geselecteerde sneltoets uit het beginscherm.
Alleen bestanden die kleiner zijn dan 50 KB en maximaal 1920 (breedte) x 1080 (hoogte) pixels (full HD) met de extensie jpeg, jpg, jpe, jfif, gif of png kunnen worden geselecteerd.
Nadat u het bestand hebt geselecteerd, keert u terug naar de beginscherminstellingen en klikt u op de koppeling van de functie die u wenst te wijzigen.
Selecteer het vakje [Aangepaste afbeelding gebruiken] van de afbeelding en selecteer de afbeelding die werd ingesteld met [Bestand selecteren].
Het aangepaste pictogram dat werd ingesteld, wordt weergegeven in het beginscherm.
De achtergrond van het beginscherm instellen op een aangepaste afbeelding
In de "Systeeminstellingen" klikt u op [Bedieningsinstellingen] – [Instelling voor het beginscherm] – [Beginschermlijst] en vervolgens klikt u op het tabblad Afbeeldingen.
Klik op [Wijzigen] in "Achtergrondafbeelding".
Gebruik het vakje [Aangepaste afbeelding gebruiken], klik op [Bestand selecteren] en selecteer de gewenste afbeelding uit de map.
Alleen bestanden die kleiner zijn dan 640 KB en maximaal 1920 (breedte) x 1080 (hoogte) pixels (full HD) met de extensie jpeg, jpg, jpe, jfif, gif of png kunnen worden geselecteerd.
De geselecteerde achtergrondafbeelding voor het beginscherm wordt toegepast.