INSTELLINGEN DOCUMENTARCHIVERING

Instellingen documentarchivering

De instellingen voor documentarchivering worden hieronder beschreven.
Instellingen Standaardmodus
Hiermee wordt aangegeven welke modus (Delen of Vertrouwelijk) moet worden gebruikt als standaardmodus voor het opslaan van een bestand.
Instelling Sorteermethode
Hiermee bepaalt u de volgorde van weergave van bestanden die zijn opgeslagen in de Hoofdmap, Aangepaste map en Snelmap. Selecteer een van de volgende instellingen:
  • Bestandsnaam
  • Gebruikersnaam
  • Datum
Instelling beheerdersbevoegdheid
Voor bestanden en gebruikersmappen met een wachtwoord kan het beheerderswachtwoord worden ingevoerd in plaats van het wachtwoord bij het openen van het bestand of de map.
Het beheerderswachtwoord kan worden gewijzigd.
Alle snelbestanden wissen
Hiermee worden alle bestanden verwijderd uit de Snelmap (behalve beveiligde bestanden).
Item Beschrijving
Nu verwijderen Tik op deze toets om direct te beginnen met het verwijderen van alle bestanden.
Snelbestanden verwijderen tijdens het opstarten Hiermee worden alle bestanden (behalve beveiligde bestanden) automatisch uit de Snelmap verwijderd als de knop [Aan] op 'Aan' wordt gezet.
Afdrukstand
Hiermee wordt de afdrukstand van het beeld gewijzigd.
Standaardinstellingen kleurmodus
Hiermee wordt de standaardinstelling voor zwart-wit en kleuren gebruikt voor de functie Scannen naar schijf.
De volgende instellingen kunnen worden geconfigureerd.
  • Automatisch
  • Meerkleuren
  • 2 kleuren
  • Grijstinten
  • Mono2
Standaardbelichtingsinstellingen
U kunt de standaardbelichtingsinstellingen voor documentarchivering configureren.
Selecteer [Auto] of [Handmatig].
Als u [Handmatig] selecteert, stelt u de belichting in op een van de vijf niveaus.
Standaardorigineelafbeeldingstype
Selecteer vooraf het standaardorigineeltype om het scannen van het origineel op een geschikte resolutie mogelijk te maken.
De volgende instellingen kunnen worden geconfigureerd.
  • Tekst/Afged.Foto
  • Tekst/Foto
  • Tekst
  • Foto
  • Afgedrukte Foto
  • Map
Er kan geen origineeltype worden geselecteerd als Uitgangsinstellingen belichting is ingesteld op [Auto].
Instellingen oorspronkelijke resolutie
U kunt een van de volgende resoluties selecteren als standaardresolutie voor de verzendfunctie.
  • 100 × 100 dpi
  • 150 × 150 dpi
  • 200 × 200 dpi
  • 300 × 300 dpi
  • 400 × 400 dpi
  • 600 × 600 dpi
Geluid bij voltooide scan
Hiermee past u het volume van het geluidssignaal aan dat u hoort wanneer het scannen is voltooid. U kunt het signaal uitschakelen.
Standaard uitvoerlade
Hiermee selecteert u de standaarduitvoerlade voor het afdrukken van een bestand dat door Scannen naar schijf is opgeslagen.
Welke items worden weergegeven, hangt af van de apparaatconfiguratie.
Tekst/stempel afdrukken bij opnieuw afdrukken uitschakelen
Als een opgeslagen bestand wordt opgehaald en afgedrukt, zijn de afdrukfuncties uitgeschakeld.
Deze functie voorkomt inconsistentie van de datum tussen de oorspronkelijke gegevens, de uitvoergegevens en overige.
Batch-afdrukinstellingen
Wanneer u gebruikmaakt van afdrukken in batches, kunt u deze instelling gebruiken om selectie van de toetsen [Alle gebruikers] en [Gebr. Onbekend] in het gebruikerselectiescherm te blokkeren.
Standaardbreedte van wisstrook instellen
Hiermee wordt de standaardwisbreedte van de wisfunctie ingesteld.
Geef een waarde op van 0 mm (0") t/m 20 mm (1") in stappen van 1 mm (1/8") voor zowel Breedte vrije ruimte rand als Breedte vrije ruimte midden.
Kaart Formaat-Instellingen
Deze instelling wordt gebruikt om het standaardorigineelformaat voor de functie Kaart Formaat in te stellen.
Geef een waarde op van 25 mm (1") tot 210 mm (8-1/2") in stappen van 1 mm (1/8") voor zowel de X- (horizontale) als de Y-afmetingen (verticale) van het origineel.
Als u het selectievakje [Aanp. aan opslagformaat] instelt op , wordt de toets [Aanp. aan opslagformaat] al weergegeven in het scherm voor kaartformaat.
Inst. opslaan/verwijderen na afdrukken
Geef aan of een bestand na het afdrukken al dan niet moet worden opgeslagen of verwijderd.

Instelling voor scannen naar extern geheugenapparaat

Standaardinstellingen kleurmodus
De standaard kleurmodus kan worden ingesteld.
Als u het selectievakje 'Wijzigen Z/W-instelling in automodus uitschakelen' instelt op , worden instellingen voor zwart-wit in het basisscherm uitgeschakeld als de kleurmodus is ingesteld op Auto.

Auto (Mono2, Grijstinten*), Meerkleuren, Grijstinten, Mono 2
* Bij scannen van een origineel in zwart-wit met de kleurmodus ingesteld op [Auto].
Instelling Oorspronkelijke Bestandsindeling
U kunt de oorspronkelijke bestandsindeling instellen voor opslag op een extern geheugenapparaat.
Bestand indeling
PDF, PDF/A, TIFF, JPEG*1, Compact PDF*2, 5, Compact PDF (Ultrafijn)*2, 5, Compact PDF/A*4, Compact PDF/A (Ultrafijn)*4, Versleutel/Compact PDF PDF*3, 5, Versleutel/Compact PDF (Ultrafijn)*3, 5, XPS
*1 Als [Z/W] is geselecteerd, is de indeling [TIFF].
*2 Als [Z/W] is geselecteerd, is de indeling [PDF].
*3 Als [Z/W] is geselecteerd, is de indeling [PDF versl.].
*4 Als [Z/W] is geselecteerd, is de indeling [PDF/A].
*5 Als de uitbreidingskit voor de scannerfunctie is geïnstalleerd
Zwart-wit
Compressiemodus: Geen, MH(G3), MMR(G4)
Kleur/Grijswaarden
Compressiefactor: Laag, Gemiddeld, Hoog
Nadruk zw. letter
Opgegeven pagina's per bestand
Hiermee wordt een apart bestand gegenereerd voor elke gescande pagina wanneer meerdere pagina's worden gescand.
Als deze instelling is ingeschakeld, kan een aantal pagina's per bestand worden opgegeven.
Als 'JPEG' is geselecteerd als bestandstype, kan de functie [Opgegeven pagina's per bestand] niet worden geselecteerd.
Standaardbelichtingsinstellingen
U kunt de standaardbelichtingsinstellingen voor het opslaan van een origineel op een extern geheugenapparaat niet configureren.
Selecteer [Auto] of [Handmatig].
Als u [Handmatig] selecteert, stelt u de belichting in op een van de vijf niveaus.
Standaardorigineelafbeeldingstype
Selecteer vooraf het standaardorigineeltype om het scannen van het origineel op een geschikte resolutie mogelijk te maken.
De volgende instellingen kunnen worden geconfigureerd.
  • Tekst/Afged.Foto
  • Tekst/Foto
  • Tekst
  • Afgedrukte Foto
  • Foto
  • Map
Er kan geen origineeltype worden geselecteerd als Uitgangsinstellingen belichting is ingesteld op [Auto].
Instellingen oorspronkelijke resolutie
U kunt een van de volgende resoluties selecteren als standaardresolutie voor de verzendfunctie.
  • 100 × 100 dpi
  • 150 × 150 dpi
  • 200 × 200 dpi
  • 300 × 300 dpi
  • 400 × 400 dpi
  • 600 × 600 dpi
Opslag op extern geheugenapparaat uitschakelen
Opslaan naar extern geheugenapparaat is uitgeschakeld.

Standaardinstelling van PDF-indeling voor surfen op pc

U kunt de oorspronkelijke bestandsindeling instellen van de openbare PDF die tijdens de uitvoering van elke opdracht wordt gemaakt.
Zwart-wit
Compressiemodus: Geen, MH(G3), MMR(G4)
Kleur/Grijswaarden
Compressiefactor: Laag, Gemiddeld, Hoog
Kopie, Printer, Scanner, Internetfax, Fax, Scannen naar schijf
Selecteer [Inschakelen] en selecteer de gewenste resolutie. Stel het selectievakje [Resolutie toepassen bij uitvoering van taak] in op om een PDF te maken voor surfen op de pc met de resolutie waarmee elke opdracht wordt uitgevoerd.

Opties documentuitvoer

U kunt het gebruik van een opgeslagen bestand toestaan of niet toestaan door het type handeling en de modus waarin het bestand is opgeslagen te selecteren.
Item Beschrijving
Afdrukken Geef voor elke modus aan of het afdrukken van opgeslagen bestanden is toegestaan of niet.
Scan verzenden Geef voor elke modus aan of faxverzending van opgeslagen bestanden is toegestaan of niet.
I-fax verzenden(Incl. PC-I-fax) Geef voor elke modus aan of internetfaxverzending van opgeslagen bestanden is toegestaan of niet.
Fax verzenden(Incl. PC-Fax) Geef voor elke modus aan of faxverzending van opgeslagen bestanden is toegestaan of niet.
De weergegeven items hangen af van de functies die op het apparaat zijn geïnstalleerd.

Autom verwijderen van bestandsinstelling

Er kunnen tijd- en mapinstellingen worden geconfigureerd om bestanden in bepaalde mappen (opgeslagen met Documentarchivering) automatisch op een bepaalde tijd te laten verwijderen. U kunt maximaal drie instellingen voor automatisch verwijderen opslaan.
De procedure voor het gebruik van deze functie is als volgt:
(1) Selecteer [Instelling 1] tot [Instelling 3].
(2) Stel de tijd en datum voor automatische verwijdering in.
(3) Selecteer de gewenste map.
(4) Geef aan of beveiligde bestanden en vertrouwelijke bestanden moeten worden verwijderd.
(5) Schakel de opgeslagen instellingen in.
Item Beschrijving
Planning Selecteer een automatische verwijdercyclus.
  • Dagelijks: elke dag automatisch verwijderen op de opgegeven tijd.
  • Wekelijks: automatisch verwijderen op de opgegeven tijd op de opgegeven dag van de week.
  • Maandelijks: automatisch verwijderen op de opgegeven tijd op de opgegeven dag van de maand.
Mappen U kunt de map afzonderlijk selecteren door [Mapselectie] en vervolgens de gewenste map te selecteren. Als u alle mappen, inclusief de map die nu wordt gemaakt, wilt selecteren, selecteert u [Alle mappen (inclusief mappen die hierna worden geregistreerd)].
Beveiligd bestand verwijderen Schakel deze instelling in om ook beveiligde bestanden te verwijderen.
Vertrouwelijk bestand verwijderen Schakel deze instelling in om ook vertrouwelijke bestanden te verwijderen.
Nu verwijderen
Wanneer deze optie wordt uitgevoerd terwijl een map is geselecteerd, worden alle bestanden in die map direct verwijderd, ongeacht de datum- en tijdinstelling.
Verwijder bestanden op een opgegeven tijdstip. (Als deze optie niet is geselecteerd, worden bestanden verwijderd nadat het apparaat opnieuw is opgestart in de modus Automatisch uitschakelen.)
Bestanden worden op een opgegeven tijdstip vverwijderd, zelfs als Automatisch uitschakelen is ingeschakeld. Als het selectievakje is ingesteld op , worden bestanden verwijderd nadat het apparaat opnieuw is opgestart na automatische uitschakeling.
Terug naar begin