AFDRUKKEN WANNEER DE GEBRUIKERSAUTHENTICATIEFUNCTIE IS INGESCHAKELD
Overzicht
De gebruikersinformatie (zoals gebruikersnaam en wachtwoord) die moet worden ingevoerd, varieert naargelang de gebruikte authenticatiemethode. U moet dan ook contact opnemen met de beheerder van het apparaat voordat u gaat afdrukken.
Bediening
Selecteer [Druk af] in het menu [Archief] van de applicatie

Controleer of de printernaam van dit apparaat is geselecteerd en selecteer vervolgens [Opdrachtverwerking]

In Mac OS X 10.5 tot 10.5.8, 10.6 tot 10.6.8 of 10.7 tot 10.7.2 selecteert u [Opdrachtverwerking] en klikt u op het tabblad [Authenticatie].
Voer gebruikersinformatie in
- Wanneer authenticatie wordt uitgevoerd via gebruikersnaam/wachtwoord, voert u uw gebruikersnaam in bij 'Gebruikersnaam' en uw wachtwoord (1 tot 32 tekens) bij 'Wachtwoord'.
- Wanneer authenticatie wordt uitgevoerd via gebruikersnummer, voert u uw gebruikersnummer in bij 'Gebruikersnummer' (5 tot 8 cijfers).

Voer zo nodig de gebruikersnaam en opdrachtnaam in
- Voer uw gebruikersnaam in (maximaal 32 tekens). De door u ingevoerde gebruikersnaam wordt in het aanraakscherm van het apparaat weergegeven. Als u geen gebruikersnaam invoert, wordt de aanmeldnaam van uw pc weergegeven.
- Voer een opdrachtnaam in (maximaal 30 tekens). De door u ingevoerde opdrachtnaam wordt als bestandsnaam in het aanraakscherm van het apparaat weergegeven. Als u geen opdrachtnaam invoert, wordt de ingestelde bestandsnaam uit de applicatie weergegeven.
Na het invoeren van uw gebruikersnaam en wachtwoord, of gebruikersnummer klikt u op
om te vergrendelen. Dit is handig als u de volgende keer afdrukt op basis van dezelfde gebruikersauthenticatie.
Klik op de knop [Druk af]