INSTELLINGEN OPSLAAN TIJDENS HET AFDRUKKEN

Overzicht

Instellingen die bij het afdrukken op alle tabbladen zijn geconfigureerd, kunnen als gebruikersinstellingen worden opgeslagen. Het opslaan van veelgebruikte instellingen of ingewikkelde instellingen vereenvoudigt de selectie van dergelijke instellingen wanneer u ze weer nodig hebt.
De opgeslagen instellingen verwijderen:
Selecteer in stap twee van 'OPGESLAGEN INSTELLINGEN GEBRUIKEN' de gebruikersinstellingen die u wilt verwijderen en klik vervolgens op de toets [Wissen].

Bediening

Instellingen opslaan

  1. 2

    Selecteer de printerdriver voor het apparaat in het afdrukvenster van de applicatie en klik vervolgens op de knop [Voorkeuren]

    De knop die wordt gebruikt om het eigenschappenvenster van de printerdriver te openen (meestal [Eigenschap] of [Voorkeursinstellingen]), kan per applicatie variƫren.
  2. 2

    Configureer de afdrukinstellingen op elk tabblad en klik op de knop [Opslaan].

  3. 2

    Controleer de weergegeven instellingen

  4. 2

    Voer een naam in voor de instellingen (maximaal 20 tekens) en klik op de knop [OK]

Opgeslagen instellingen gebruiken

  1. 2

    Selecteer de printerdriver voor het apparaat in het afdrukvenster van de applicatie en klik vervolgens op de knop [Voorkeuren]

    De knop die wordt gebruikt om het eigenschappenvenster van de printerdriver te openen (meestal [Eigenschap] of [Voorkeursinstellingen]), kan per applicatie variƫren.
  2. 2

    Selecteer de gewenste gebruikersinstellingen en klik op de knop [OK]

Terug naar begin